give us a kiss

Scram C Baby – Give Us A Kiss

(tekst: Igor Wijnker)

Recept voor Give Us A Kiss (à la Scram C Baby)

Men neme (voor meer dan vier personen):

– twee stronteigenwijze Amsterdammers (John Cees Smit en Frank van Praag) die het zelden met elkaar eens zijn, maar volgend jaar toch alweer hun 25-jarige muziekhuwelijk vieren.
– voeg daarbij Geert de Groot, een minstens zo eigenzinnige bassist die al sinds 2001 het geweten is van de band, maar deze plaat afstand nam – en er toch een grote stempel op drukte.
– maak het af met Mark Meeuwenoord, de nieuwe gitarist die zo mogelijk nog ideeënrijker en koppiger is dan de rest.

Bereidingswijze:

– 4 á 5 jaar laten gisten, d.w.z:
– aanklooien in de Vondelbunker
– jammen tot het theewater kookt
– vliegen, vloeken, lachen, zuchten, opnemen, blij zijn, kwaad
– de band begraven en weer opgraven
– tientallen liedjes opnemen
– en in de prullenmand flikkeren
– de zanger die de pen diep in z’n bloedende hart doopt
– kiezen, mixen (en ruzie maken over elk detail)

Et voilà: Scram C Baby’s beste plaat uit z’n 26-jarige bestaan.

Sterker, en nu ga ik iets stelligs beweren (kan mij het schelen, ik sta toch niet op de loonlijst van Excelsior): Give Us A Kiss is een van de hoogtepunten uit de enorme catalogus van het label.

Een plaat die je van begin tot het bittere eind wilt luisteren. En daarna nog een keer. Vanaf de eerste regels van Shine a little light (These are the things we’re doing it for, put some ginger in my ears) tot het ijzingwekkend warmbloedige slotlied Throw me to the kids laat de band je alle hoeken van de kamer zien.

Give Us A Kiss is een plaat waarop alle kwaliteiten van de band meer dan ooit volledig tot hun recht komen.

Wisten de Scram C-babies op voorgaande platen nog wel ‘ns te verhullen hoe goed ze daadwerkelijk zijn. Omdat er iets te veel ideeën op stonden, of omdat het bij vlagen net te rauw of raar was. Deze keer zal zelfs de slechte verstaander moeten erkennen dat we hier met een van de beste bands van de Benelux van doen hebben. Het zit er allemaal in: songs, sound en soul.

De gekte en speelsheid zijn er –godzijdank- nog steeds, maar worden in strakke banen geleid. Deze keer heeft de band net zo lang muziek en ruzie gemaakt tot de twaalf uitverkoren liedjes (ondanks de grote variatie) konden worden samengeperst tot één brok graniet. Grof en verfijnd, bontgekleurd,…enfin zoek de kenmerken van dit gesteente rustig op in een naslagwerk: ze zijn allen van toepassing op Give Us A Kiss.

Het is nog steeds onmiskenbaar Scram C Baby zoals in Soul Marinera, Treehouse en Kill Screen, maar deze plaat zou voor de band zo maar eens wat deuren kunnen openen. In de hoofden van dj’s, muzieksamenstellers en andere luisteraars.

Alsof het Scram C Baby daarom te doen is. Een ‘vereniging voor muzikale vrijheidsbeleving’ noemde bassist Geert de Groot de band eens. Die soms de beste liedjes bedenkt aan het begin van de repetitie, om precies te zijn tussen het opzetten van het theewater tot de fluitketel klinkt. Frank: ‘Die fluit staat op heel wat opnames.’

Ook vaak gehoord of gelezen: de ongeleide projectielen/buitenbeentjes/zwarte schapen van Excelsior. Geen peil op te trekken. Scram C Baby is inderdaad een band die eens in de zoveel jaar een plaat uitbrengt, maar pas als-ie af is. Oké, het duurde deze keer wel heel lang – daarover straks meer.

‘Een carrière in de muziek hebben we nooit nagestreefd,’ zegt John Cees, zanger van de band zonder manager, plan of behoefte om ‘een lied bij de mensen naar binnen te duwen.’

John Cees: ‘In DWDD, daar zou ik echt nóóit staan.’

Mark: ‘Waarom niet? Ik respecteer het. Maar ik snap het niet.’

Frank: ‘Zo’n statement om het niet te doen gaat ook wel weer ver, vind ik. Al ben ik het helemaal met je eens.’

Welkom bij de 5763ste discussie van de band die dualiteit zou hebben uitgevonden als het niet had bestaan.

We zijn op de thuisbasis van Excelsior, waar de banddialoog vanzelf weer wordt hervat door de drie hoofdverantwoordelijken voor deze plaat. Vandaag ook geen drumster Marit de Loos en bassist Geert de Groot, al is vooral laatstgenoemde bijna tastbaar aanwezig. ‘Hij is ons muzikale geweten,’ zegt Frank, die zichzelf als componist, gitarist, drummer, toetsenist, producer ook niet mag uitvlakken.

Al bijna 25 jaar vormt hij met John Cees het hart van de band. Muzikaal halen ze nog steeds het beste bij elkaar naar boven. ‘Maar Frank en ik zijn ook heel erg verschillend,’ zegt John Cees, ‘we zijn een soort tante Jut en ome Jul, zitten heel vaak te kibbelen.’

Frank: ‘Eigenlijk zijn we het zelden met elkaar eens.’

Bij afwezigheid van Geert en Marit, fungeerde Mark, de nieuwste baby, als een soort bemiddelaar.

Frank: ‘We praatten ook nauwelijks met elkaar, maar via jou.’

Mark: ‘Dat was niet altijd makkelijk, maar het geeft ook wel een mooie spanning. Het gaat er wel om.’

Over elk detail van de plaat is strijd geleverd, geven de drie volmondig toe.

‘Dat is niet per se negatief hoor,’ vindt Mark.

Frank: ‘Je komt nooit tot slappe compromissen. Dat je er genoeg van hebt en zegt: “laten we dan maar in het midden gaan zitten voor de lieve vrede.” Dat is het grootste gevaar.’

John Cees: ‘Nee! Dat mag nooit! Geen enkele concessie, terwijl het natuurlijk niet anders kan en we dat waarschijnlijk wel èrgens doen.’

Maar aangezien ze niets te verliezen hebben zijn de bandleden bereid heel ver te gaan. ‘Dat is ook het unieke van Scram C Baby,’ zegt Mark. ‘Het is echt heel knap dat jullie het zo lang volhouden.’

John Cees: ‘Die chemie heeft altijd veel perspectief geboden.’

Toch is het een klein wonder dat deze plaat er is gekomen.

Lange tijd zag het ernaar uit dat Scram C Baby een stille dood was gestorven. De relatiesores van de zanger en de drumster trokken een zware wissel op de band na de laatste plaat Slow Mirror, Wicked Chair (2010). John Cees: ‘Het is nooit slim om een vriendin in de band te hebben. Geert zei: “zoek het maar even lekker uit”.’

Dat weerhield hem er niet van om met Frank het project I Believe In My Mess te beginnen. John Cees wilde ook muziek blijven maken. Dat deed hij met gitarist Mark Meeuwenoord, die al vanaf het begin fan is van Scram C Baby. ‘Lekker klooien op woensdagmiddag, zonder duidelijk doel.’ Op zeker moment kwam Frank er ook weer bij, maar het mocht geen Scram C Baby heten.

Wat dan wel? Helmers Academy bijvoorbeeld, vernoemd naar het café dat ze vaak frequenteren.

Mark begint te lachen. ‘Wat ik heel mooi vond tijdens dat proces: het móest gewoon weer Scram C Baby worden. Het was niet makkelijk, maar het is een soort interne urgentie. Die is sterker dan jullie zelf.’

Het zit er in, het moet eruit.

You gotta hammer it/And then you push it down/And you shit it out/Eating like an elephant

Die urgentie voel je door het hele album.

Maar wanneer zou dat rotding nou ‘ns af zou zijn, vroeg John Cees zich af nadat alle liedjes allang waren bedacht. Kijkt naar Frank. ‘Ik kan dus niet tegen zijn geduld, terwijl dat eigenlijk een hele goede zaak is.’

Frank, verzuchtend: ‘Het kost gewoon tijd om een plaat te maken. Maar als ik eerlijk ben dan hebben we ook veel te danken aan Geert.’ De anderen knikken.

Mark: ‘Kwamen wij er weer ‘ns niet uit met z’n drieën en dan gaf Geert de doorslag.’

Frank: ‘Geert was het die zei: “dit is de beste hoes” en: “jongens, ik heb het: dit wordt de volgorde van de nummers”.’

John Cees: ‘Geert heeft ook de titel bedacht.’

Give Us A Kiss. Je zou bijna gaan denken dat die eigenwijze bandleden alsnog waardering en liefde zoeken.

Al zijn het nog steeds prikwangen die je moet kussen, in een walm van alcohol en sigaretten. En neemt John Cees Smit je mee naar zijn duistere krochten. Waar hij vraagt een lichtje te schijnen op zijn donkere gemoed, hij zijn drie exen op onnavolgbare wijze bezingt (in XXX) en een nachtmerrie (Blade Dream) heeft.

‘Uit welke geest die teksten zijn ontsproten? Een zieke geest.’

Nog nooit waren zijn teksten zo persoonlijk. ‘Hart op papier, hoofd op het hakblok.’

‘Met deze plaat is er zelfs voor het eerst discussie geweest over sommige teksten,’ zegt Frank. We hebben ook gezegd: “John, het is hartstikke goed, maar dit wil jij straks niet zingen omdat die tekst zo persoonlijk is”.’

John Cees: ‘De eerste keer dat we die nummers oefenden had ik het er wel even zwaar mee. Op vorige platen heb ik altijd veel meer afstand genomen. Maar bij deze plaat is er een gigantisch ingewikkelde liefdesrelatie ontstaan en die is op een of andere manier tekstueel flínk naar boven gekomen, zodat er nu onherkenbare teksten –ook voor mij- zijn ontstaan.’

Frank: ‘Ik vind het wel een heel volwassen benadering van…’

John Cees: ‘O ja?! Ik vind het juist heel puberaal wat ik heb gedaan.’

Als dit puberaal is, dan was Reve een kinderboekenschrijver.

Scram C Baby kijkt vragend naar de interviewer van dienst. Hoe zou hij Give Us A Kiss karakteriseren?

Ehh, gelouterd…doorleefd.

‘Dat krijg ik ook van anderen te horen,’ zegt Frank. ‘Dat het een volwassen plaat is.’

John Cees grijpt naar zijn hoofd. ‘Dat is wel heel erg.’

Laatst werd zijn band in deze zelfde ruimte al de godfathers van de indie academy genoemd. ‘Toen kon ik wel door deze stoel zakken.’
Arme ziel. Gemarineerd dan?

Frank: ‘Deze plaat is wel rustiger, maar ook veel brutaler.’

John Cees: ‘Het moet rücksichtslos blijven.’

Ja, ze zijn er trots op. ‘Ook door dat hele verhaal,’ zegt Frank. ‘De heftige conflicten, het harde werken.’

En als jonge honden staan ze te popelen om het live te spelen. Gewoon met Marit en Geert.

De try out in juli in Nieuwe Anita smaakte naar veel meer. Ook bij alle aanwezigen in het volgepakte zaaltje, die de verloren gewaande band warm onthaalden. Die begon het optreden doodleuk met de zes eerste liedjes van de nieuwe plaat. Ze gingen erin als koude biertjes op een snikhete zomerdag en sloten verrassend goed aan bij al die andere SCB-hits die nooit hits zijn geworden.

Eens te meer bleek hoe geliefd de band nog steeds is.

Dat merkt Mark ook, als hij aan vrienden of collega’s laat horen in welke band hij tegenwoordig speelt. Als ontwerper (en lid van het collectief Polymorf), sounddesigner en docent heeft hij goede contacten met topontwerpers en andere creatieven.
Daarvan zijn er een aantal op slag en zo hartstochtelijk Scram C Baby-fan geworden dat zij de band vooruit willen helpen. Nienke Huitinga (van o.a. de Human Bird Wings hoax en het met een Gouden Kalf bekroonde The Modular Body) is van grote waarde als communicatiespecialist en bedenker van nieuwe ideeën. Anton Lamberg van Lava maakte de intrigerende albumhoes die de dualiteit van de band en de plaat treffend verbeeldt.

En dan verschijnt deze week een schitterende clip die zijn weerga niet kent in de geschiedenis van de band. Filmmaker Frederik Duerinck (ook van Polymorf) wilde dolgraag een clip bij de single Elephant maken.

Mark: ‘Daar is veel discussie over geweest. Het is wel een atypisch SCB-nummer.’

John Cees: ‘Maar het is uiteindelijk goed om eens niet te dicht bij je bekende werk te blijven.’

Frank: ‘En Elephant is ook het eerste nummer dat de vorm had zoals de rest van de plaat is gaan klinken.’

John Cees: ‘Dat zit allemaal in je hoofd hè. Want het is duidelijk een ander nummer dan de rest van de plaat.’

Frank: ‘Nee, dat vind ik niet. Het zit qua sound helemaal in de lijn van de plaat.’

John Cees: ‘Ja?’

Mark hoort het hoofdschuddend aan.

Het wordt tijd dat Scram C Baby weer gaat spelen.